De banden aanhalen en kruisbestuiving creëren tussen de universiteit en de rest van de wereld: dat is de filosofie achter de VUB-fellows. Deze maand laten we jurist Helga Van Peer aan het woord. De expert in publiek recht ruilde eenpartnership bij een internationaal advocatenkantoor in voor een avontuurlijke ontdekkingstocht als advocaat, bemiddelaaren onafhankelijk bestuurder. Van de vertrouwde snelwegennaar de verrassende zijpaden, noemt ze het zelf. Een van die zijpaden is haar VUB-fellowship. Op de eerste editie van de VUB Masterclass Series in Ostend verraste ze de deelnemendeleidinggevenden met een prikkelende openingsvraag: ‘houd je van een robbertje vechten?’.

In 2020 zette je een punt achter een loopbaan bij hetgereputeerde internationale advocatenkantoor A&O Shearman. Wat bezielde je?
Helga Van Peer (lacht) “Ik besef het: een partnership opgeven, dat vinden veel mensen een beetje gek. Het was ook een super-job. Ik mocht overal in de wereld boeiende publiek-private projecten leiden, met intelligente, gedreven mensen samenwerken en bruggen slaan tussen juridische en niet-juridische domeinen. Het was ook zalig om te proeven van de culturele verschillen. Maar na meer dan twintig jaar had ik de toer gemaakt. Ik was nieuwsgierig naar andere perspectieven en wilde geen karikatuur van mezelf worden.”

Wat bedoel je daarmee?
“Een partnership is een beetje als een familie, waarin iedereen zijn rol speelt. De luide nonkel, de toffe broer, de lastige schoonzus,…  Ik was er op mijn 22ste binnengerold met een grunge-geïnspireerde kledijstijl en een vrij on-Belgische kijk op hiërarchie en participatie. Na een paar dagen ging ik al enthousiast vertellen hoe we het daar nog beter konden organiseren. De rebelse dochter, zoiets.”

Toch heb je er een mooi verhaal geschreven?
“Publiekrecht had toen nog een wat stoffige reputatie, maar ik vond het geweldig om een transactionele publiekrechtpraktijk uit te bouwen in een topkantoor. Inspirerende cliënten, bijzondere collega’s en topdossiers in België en elders: heerlijk.”

Waarom zette je er dan toch een punt achter?
“Op den duur word je als vennoot toch deel van het establishment. Ik wilde eens kijken wat er gebeurt in een andere rol, buiten dat kader waar je na meer dan twintig jaarmee vergroeit en zonder het comfort van zo’n goedbetaalde job met aanzien. Ik was nieuwsgierig naar andere perspectieven en had zin in een grote sprong.”

Wat wilde je dan wel doen?
“Een sabbatical nemen en starten van een wit blad papier. Dat plan is een beetje mislukt. Ik werd al snel gecontacteerd door mensen uit mijn netwerk, die op tal van verschillende manieren verder wilden samenwerken. Dat gebeurde veel sneller dan verwacht.”

Allesbehalve een zwart gat, dus.
“Het witte blad was snel vol! Misschien wel één van de mooiste inzichten dat jaar: de kracht, waardering en warmte van ‘zakelijke’ relaties’ bleek enorm. Daar ben ik cliënten, confraters en andere contacten zeer dankbaar voor. Ik werk als advocate nog altijd op prachtige, baanbrekende dossiers met indrukwekkende cliënten en adviseurs, maar nu in een eigen kantoor.”

“Het valt me altijd op dat Belgen confrontaties vermijden”

Je cv is rijk gestoffeerd en zeer gevarieerd. Ben je snel verveeld? Een nieuwsgierig Aagje?
“Beide. Dat heeft misschien met mijn verleden te maken. Als kind in een expatgezin ben ik onder andere in Nigeria en Zuid-Korea opgegroeid, ik liep school in Westmalle, studeerde in Leuven en Rome en werkte ook even in Maleisië en Londen. Ik moet toch een keer of twintig verhuisd zijn. In Brussel heb ik lang in de Marollen en de Matongewijk gewoond. Nu combineer ik ’thuis’ in mijn favoriete badplaats Sint-Idesbald – de inwoners zeggen ‘Baaltje’– met een woning in Wemmel en tijd in Londen, waar mijn Britse partner werkt.”

Zo is het moeilijk wortel schieten.
“Je zweeft een beetje, dat klopt. Net daarom ben ik zo gehecht aan mijn vrienden en familie, ook al woont mijn broer in Zwitserland en zijn dochter in Noorwegen. Ik moet toegeven: ik ken nergens meer dan drie straatnamen. Het voordeel is dat je snel nieuwe vrienden leert maken.”

Het geeft je ook de blik van een outsider.
“Ja! Heel boeiend. Het valt me bijvoorbeeld altijd op dat Belgen confrontaties vermijden. De buurman aanspreken over een overhangende tak of luide muziek is moeilijk. Ze zwijgen en bottelen het op, tot het ontploft. En dan moet hun advocaat in de rechtbank gaan pleiten wat zij niet zelf durven vertellen.Dat zie je trouwens ook in de bedrijfswereld.”

Zo komen we naadloos bij een andere dada van jou: je bent een erkend bemiddelaar.
“Het doet me plezier dat mensen daar steeds meer open voor staan, zowel voor privékwesties als bij conflicten tussen grotere organisaties. Het systeem wint enorm aan kracht. Tijdens de opleiding tot bemiddelaar heb ik trouwens professor Michel Maus leren kennen. Hij heeft mij later samen met professor Elvira Haezendonck gevraagd om VUB-fellow te worden. Elvira ken ik van toen we allebei bestuurder waren bij de investeringsmaatschappij TINC.”

Hoe gaat dat in zijn werk, bemiddeling?
“Een mooi voorbeeld is mijn eerste case als erkend bemiddelaar, de grootschalige tramwerken in Luik, een ’PPS’, een publiek-private samenwerking. Ik mag erover vertellen, want het verhaal heeft in de kranten gestaan. Dat publiek-privaat project had vertraging opgelopen en de relaties tussen de verschillende contractuele partijen – de publieke opdrachtgever TEC en  de privébedrijven – waren zeer gespannen. Via bemiddeling zijn we daar samen uitgeraakt.Een intens traject. Ik heb een enorm respect voor iedereen die rond die tafel zat en zich maanden ingezet heeft om samen oplossingen te vinden. Klasse!”

“De magie van bemiddeling is dat de betrokken partijen zelf een oplossing willen vinden”

Een bemiddelaar mag nooit partij kiezen. Dat klinkt moeilijk.
“Je mag een mening hebben, maar je moet inderdaad bewaken én uitstralen dat je neutraal en onafhankelijk bent. Anders kan je de case beter weigeren.”

Wat zijn de kenmerken van een goede bemiddelaar?
“Je moet goed kunnen luisteren en indien nodig doorvragen. En je moet je nederig opstellen. Je briljant idee leg je niet op. De bedoeling is dat zij het zelf oplossen. De kracht van bemiddeling is dat het vrijwillig is: elke partij kan op elk moment de handdoek in de ring gooien en weglopen. Net dat zorgt voor een soort van magie, waarbij de partijen er zelf graag uit willen raken. Een oplossing die ze zelf vinden, verdragen ze veel beter dan een oplossing die van buitenaf opgelegd wordt.”

Je moet toch meer zijn dan alleen een luisterend oor?
“Af en toe is het inderdaad zaak om te duwen en door te pakken. En je moet goed parallel kunnen denken: proberen een stap voor te zijn op het vlak van mogelijke opties. Eigenlijk ga je op zoek naar wat de partijen echt willen. Zelf kunnen ze dat niet altijd meteen duidelijk onder woorden brengen. Daarnaast moet je het grotere plaatje durven bewaken. Bemiddeling is geen carte blanche.”

Hoe bedoel je?
“De context is belangrijk: het wettelijk kader, de openbare orde, voldoende realisme over wat derden en stakeholders zoals financiers of omwonenden aanvaarden. Als bemiddelaar schep je een kader dat mensen verbindt en hen toelaat realistische oplossingen te vinden. Dat vergt discipline, eerlijkheid en ownership van iedereen. En soms veel geduld.”

Kan onze samenleving meer bemiddeling gebruiken?
“Zeker! Onze rechtbanken zijn gigantisch overbelast. Veel dossiers gaan niet over een zuiver juridische vraag, maar over emotionele kwesties, gebrekkig projectmanagement of de wens om dingen op de heel lange baan te schuiven. Met bemiddeling zouden veel discussies sneller en goedkoper opgelost kunnen worden. De Belgische wetgever moedigt dat ook aan.”

Op welke manier?
“Van zodra één betrokken partij graag bemiddeling wil, kan de rechter bijvoorbeeld via een tussenvonnis een bemiddeling inlassen en zo sterk aanmoedigen om die aanpak op zijn minsteen kans te geven. Na de eerste vergadering gaan de meeste mensen ermee door.”

Dat we daar niet vroeger aan gedacht hebben…
“Bemiddelingstechnieken bestaan nochtans al duizenden jaren. Het systeem is holistischer dan de rechtbank omdat het toelaat op de relatie en op niet-juridische aspecten te werken. Je kan tijdens een bemiddeling snel bijsturen en tussenakkoorden sluiten. Neem twee mensen die ruzie maken over een sinaasappel. Het is best mogelijk dat de ene het vruchtvlees wil gebruiken om fruitsap te persen en de andere alleen zest van de schil nodig heeft voor een taart. Dat soort van dingen komt tijdens een bemiddeling naar boven.”

Toegepast op de tramwerken in Luik?
“Zonder op vertrouwelijke details in te gaan: daar hadden de betrokken partijen verschillende visies, onder andere op de planning van de werken. Tijdens de bemiddeling leerden ze elkaars visie kennen en begrijpen wat voor elke partij het dringendst en meest haalbaar was. Zo zijn ze er samen uit geraakt. Voor een rechter zou het ondoenbaar zijn om dat allemaal alleen uit te zoeken. Een bemiddelaar mag ook apart met elke partij spreken en zo vertrouwelijke pistes verkennen.We noemen zo’n apart gesprek een ’caucus’. Een rechter mag dat niet.”

“Leidinggevenden kennen de snelwegen, maar ze vergeten de zijwegen en de paadjes onderweg”

Voor je eerste ‘job’ als VUB-fellow heb je gepraat over bemiddeling en leiderschap.
“Dat was voor de leerstoel VUB Masterclass Series in Ostend. Elvira Haezendonck en Michel Maus zijn daar leerstoelhouder en co-leerstoelhouder van. Een knap initiatief. Die eerste editie ging over Future-proof Leadership & Strategy, met als doelgroep leidinggevenden van vandaag en morgen. Spannend, want de lezingen werden gegeven door tien mensen: negen proffen en ikzelf. Hat was een eer om mee te mogen denken en delen met een boeiende groep.”

Hoe heb je het aangepakt?
“Ik ben begonnen met de vraag: ‘do you enjoy a good fight?’ Om naar een hoge positie te klimmen, heb je bepaalde eigenschappen nodig die je kunnen hinderen eens je op die positie zit. Mensen in leidinggevende posities durven wel eens te ontploffen.”

Hoe voorkomen ze dat?
“Door zichzelf te kennen. Je moet weten welke stijl je hebt, wat je wil uitstralen, wat conflict met je doet en hoe je ervan geneest.”

Je eigen mindere kantjes zien, dat is niet gemakkelijk?
“In ons hoofd zitten we op een snelweg. We kennen in principe ons professioneel domein en weten hoe we het snelst een bepaald resultaat kunnen bereiken. Alleen is dat niet altijd het beste resultaat. Omdat we de zijwegen en de paadjesonderweg niet verkennen. Dat heb ik altijd zonde gevonden. Dat effect wordt in onze cultuur nog versterkt doordat weinig mensen tegen hun baas durven ingaan. Reversed mentoring, dat kennen we hier nog niet. We praten leiders naar de mond. Zo weten ze pas met vertraging wat er verkeerd loopt.”

Groepsdruk kan wel loodzwaar zijn.
“In een groep van twintig heb je meestal een leider, een rebel en achttien volgers. Als je pech hebt, zit daar een toxisch type tussen. Je kunt die als leider niet altijd tegenhouden, al is het maar omdat je er zelf niet altijd bij bent. De oplossing is om die andere zeventien een tikje minder volgzaam te maken. Dat ze niet meelachen bij een grove grap of zeggen: maat, wat vertel jij nu? Dat kan ongelofelijk veel veranderen.”

De stille meerderheid moet een beetje rebelser worden?
“Dat is het. Niet altijd achteraf zeggen dat je baas had moeten ingrijpen, maar zelf durven tussenkomen.”

“Artificiële intelligentie helpt, maar het leukste juridische werk blijft mensenwerk”

Je geeft af en toe ook les. Wat zou je aan rechtenstudenten vertellen over de opkomst van AI?
“Arresten vergelijken, jurisprudentie doorzoeken, een grondig vooronderzoek voeren: dingen opzoeken gaat veel sneller met AI. Maar het is veeleer toegepaste statistiek dan echte artificiële intelligentie. De advocatuur blijft mensenwerk. Je moet goed luisteren naar je cliënt en een trusted adviser zijn. AI praat mensen naar de mond. Een advocaat moet zijn klant durven tegenspreken en zeggen: het heeft geen zin om hiermee naar de rechtbank te stappen. Ook voor creatieve toepassingen van het recht en transversale toepassingen tussen recht, economie en andere domeinen heb je mensen nodig. Eigenlijk blijft het leukste werk mensenwerk.”

Wat is jouw advies aan wie rechten wil studeren?
“Ga ervoor. Ook al doe je later niets juridisch. Het is een zeer nuttige opleiding, of je nu advocaat, diplomaat, bedrijfsleider of iets helemaal anders wordt. Omdat je leert lezen en schrijven. Daarmee bedoel ik dat je niet alleen leest wat jij vindt dat er staat of schrijft wat jij wil dat er staat, maar dat je leert nadenken over hoe iemand anders het zou lezen of schrijven. Juristen zijn in het beste geval de ingenieurs van onze maatschappij. Daarom vind je er zoveel in de politiek terug. Ons rechtssysteem is het skelet van hoe de maatschappij en de interactie tussen burgers werkt, nationaal en internationaal.”

“Woorden kunnen vertalen is niet hetzelfde als een taal beheersen”

Jij bent vlot in vijf talen. Talenkennis blijft ondanks AI een belangrijke troef?
O ja! Laatst had ik een bemiddeling tussen Vlamingen en Britten. Die eersten vonden dat de laatsten hen aan het lijntje hadden gehouden. Ik vroeg waarom ze dat dachten. Hun antwoord: tijdens de laatste drie raden van bestuur hebben die Britten bevestigd dat we inderdaad a very interesting ideahadden, maar ze doen er niets mee. Ik heb de Vlamingen toen uitgelegd dat a very interesting idea voor Britten betekent: we vinden jullie idee maar niks, maar we zijn te beleefd om dat letterlijk te zeggen. Alle Britten hadden het ook zo begrepen. Wij Vlamingen denken dat we Engels kennen, maar woorden in je hoofd naar een andere taal kunnen vertalen is niet hetzelfde als die taal beheersen. De Britten heb ik dan verteld dat ze gewoon nee mochten zeggen tegen dat idee. Dat vonden die ook heel moeilijk…”

Bio

Helga Van Peer studeerde rechten en is advocaat aan de balie van Brussel. Ze is expert in publiek recht en transacties tussen de publieke en de private sector, zowel in België als internationaal.
Van 1996 tot 2020 werkte ze voor Allen & Overy (tegenwoordig A&O Shearman), waar ze  partner en hoofd van de Public Law Group was.
Vandaag is ze onafhankelijk bestuurder bij Child Focus, onafhankelijk voorzitter van de raad van bestuur van SFPIM Relaunch (een filiaal van de federale investeringsmaatschappij), lid van de raad van de orde bij de Brusselse balie en onafhankelijk Procurement Oversight Panel Member bij het Europees Stabiliteitsmechanisme ESM.
Ze is erkend bemiddelaar in bestuurszaken en in burgerlijke en handelszaken.


Als VUB-fellow deelt Helga sinds 2025 haar expertise via gastlezingen, legal clinics en mentoring. Als vrijwilliger stak ze een tijdlang een handje toe bij het Dienstencentrum voor het Kind NASCI in Brussel, toen de coronamaatregelen het vrijwilligersnetwerk decimeerden. Ze gaf ook een paar weken Engelse les op de school van haar kinderen.

Source: https://www.vub.be/nl/nieuws/fellow-helga-van-peer-advocaat-bemiddelaar-en-bestuurder